Je lichaam wordt binnengedrongen door een vreemd micro-organisme, en dat veroorzaakt klachten: dat is kort gezegd een infectie. Bacteriën, virussen, schimmels of parasieten zijn de veroorzakers. Ze komen je lichaam binnen, vermenigvuldigen zich en kunnen daardoor ziekte veroorzaken. In de volksmond spreek je dan van een infectieziekte.
Wat is een infectie precies?
Een infectie ontstaat als een ziekteverwekker, zoals een bacterie of een virus, je lichaam binnendringt en zich daar verder verspreidt. Je immuunsysteem reageert hierop en probeert de indringer te bestrijden. Die strijd veroorzaakt de klachten die je voelt: koorts, pijn, moeheid of roodheid.
Het is goed om te weten dat niet elke infectie automatisch ziekte veroorzaakt. Soms ruimt je afweersysteem de indringer snel op, nog voor je iets merkt. Pas als de ziekteverwekker de overhand krijgt, merk je de gevolgen.
Welke soorten ziekteverwekkers zijn er?
Er zijn vier soorten micro-organismen die een infectie kunnen veroorzaken:
- Bacteriën: kleine eencellige organismen. Een bekende bacteriële infectie is een oorontsteking of een blaasontsteking. Bacteriële infecties zijn vaak te behandelen met antibiotica.
- Virussen: nog kleiner dan bacteriën en werken anders. Virussen kunnen zich alleen vermenigvuldigen in lichaamscellen. De griep en een verkoudheid zijn bekende voorbeelden. Antibiotica werken niet tegen virussen.
- Schimmels: ook micro-organismen, maar ze groeien anders dan bacteriën of virussen. Een schimmelinfectie op de huid of nagels is een bekend voorbeeld. Schimmelinfecties zijn goed te behandelen met speciale middelen.
- Parasieten: organismen die leven ten koste van een ander. Voorbeelden zijn luizen, teken of wormen. Ze kunnen infecties veroorzaken via contact of via besmet voedsel en water.
Hoe verspreidt een infectie zich?
Infecties gaan op verschillende manieren van de ene naar de andere persoon over. De meest voorkomende manieren zijn:
- Via de lucht: hoesten of niezen verspreidt druppeltjes met virussen of bacteriën. Zo verspreiden griep en verkoudheid zich snel.
- Via direct contact: aanraken, kussen of seksueel contact kan een infectie overdragen.
- Via besmet voedsel of water: bacteriën of parasieten in eten of drinken kunnen een maagdarminfectie veroorzaken.
- Via bloed: sommige infecties, zoals hepatitis B, gaan over via bloedcontact.
- Via insecten: een tekenbeet kan de ziekte van Lyme overbrengen. Een mug kan malaria overdragen.
Wat is het verschil tussen een infectie en een ontsteking?
Deze twee begrippen lijken op elkaar, maar ze betekenen niet hetzelfde. Een infectie is de oorzaak: een ziekteverwekker dringt je lichaam binnen. Een ontsteking is de reactie van je lichaam op die aanval. Je ziet dan roodheid, voelt warmte, pijn of zwelling op de plek van de infectie.
Een ontsteking kan ook zonder infectie ontstaan, bijvoorbeeld bij een allergische reactie of na een blessure. Andersom kan een infectie wel leiden tot een ontsteking. Bekende voorbeelden zijn een longontsteking of een sinusontsteking, waarbij een infectie de ontsteking veroorzaakt.
Wanneer moet je naar de dokter?
Veel infecties gaan vanzelf over. Je immuunsysteem lost het op, soms binnen een paar dagen. Toch zijn er situaties waarbij je een arts moet raadplegen:
- Je hebt hoge koorts die niet zakt of langer dan een paar dagen aanhoudt.
- Je klachten worden erger in plaats van beter.
- Je hebt moeite met ademen of slikken.
- Er is sprake van een wond die er ontstoken uitziet: rood, warm, gezwollen of met pus.
- Je immuunsysteem is verzwakt, bijvoorbeeld door ziekte of medicijnen.
- Je bent een baby, ouder kind of oudere met ernstige klachten.
Hoe voorkom je een infectie?
Gelukkig kun je veel doen om infecties te voorkomen. Handen wassen is een van de eenvoudigste en meest doeltreffende manieren. Doe dit na toiletbezoek, voor het koken en na contact met iemand die ziek is. Vermijd ook het aanraken van je gezicht met vuile handen, want via de ogen, neus en mond komen veel ziekteverwekkers je lichaam binnen.
Vaccinaties beschermen je tegen specifieke infectieziekten. Het Rijksvaccinatieprogramma biedt kinderen in Nederland bescherming tegen een aantal ernstige infectieziekten. Ook voor volwassenen zijn er vaccins beschikbaar, zoals het griepvaccin.
Verder helpen goede voeding, voldoende slaap en beweging om je afweersysteem sterk te houden. Een gezond immuunsysteem kan veel infecties zelf stoppen voordat je er last van krijgt.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een bacteriële infectie en een virale infectie?
Bij een bacteriële infectie is een bacterie de veroorzaker. Die infectie is vaak te behandelen met antibiotica. Bij een virale infectie zorgt een virus voor de klachten. Antibiotica werken niet tegen virussen. Je lichaam moet een virale infectie meestal zelf bestrijden, soms geholpen door specifieke antivirale middelen.
Kan een infectie vanzelf overgaan?
Veel infecties gaan inderdaad vanzelf over. Je immuunsysteem herkent de ziekteverwekker en vecht hem terug. Lichte verkoudheden en kleine wondinfecties lossen vaak op zonder behandeling. Bij ernstige klachten, hoge koorts of een verzwakt immuunsysteem is het verstandig om een arts te raadplegen.
Is een schimmelinfectie besmettelijk?
Sommige schimmelinfecties kunnen via contact worden overgedragen, zoals voetschimmel. Je kunt die oplopen via besmette vloeren, bijvoorbeeld bij zwembaden of kleedkamers. Andere schimmelinfecties, zoals een vaginale schimmelinfectie, zijn in de meeste gevallen niet of nauwelijks besmettelijk via normaal contact.
Waarom krijgt de een wel een infectie en de ander niet?
De sterkte van je immuunsysteem speelt een grote rol. Mensen met een verzwakt afweersysteem, zoals ouderen, jonge kinderen of mensen met bepaalde ziekten, lopen meer risico op een infectie. Ook de hoeveelheid ziekteverwekkers waarmee je in contact komt en eerdere blootstelling of vaccinatie bepalen of je ziek wordt.
Fysiotherapie: wat het inhoudt en wanneer je er baat bij hebt
Welk kapsel past bij welk type haarverlies?
Fysiotherapie: wat het inhoudt en wanneer je er baat bij hebt